ECLI:NL:HR:2013:99

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
15 juli 2013
Zaaknummer
12/04028
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad

In deze zaak stond de vraag centraal of een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden voor een onrechtmatige daad. De rechtbank en het gerechtshof hadden eerder geoordeeld over de aansprakelijkheid van de bestuurder, waarbij het hof het beroep van eiser had verworpen. Eiser stelde cassatieberoep in tegen dit arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen. Volgens de Hoge Raad behoefden de aangevoerde klachten geen nadere motivering omdat zij niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hierdoor bleef het arrest van het hof in stand.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en de Groot en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04028
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. B. Winters.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 73476/HA ZA 10-241 van de rechtbank Middelburg van 8 september 2010 en 23 februari 2011;
het arrest in de zaak MHD 200.086.672 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 15 mei 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad.
Voor [verweerster] is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. J.W.M.K. Meijer, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
12 juli 2013.