ECLI:NL:HR:2013:BQ3870
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cassatie in arbeidsrechtelijke zaak over ontslag op staande voet en loonvordering
Deze zaak betreft een cassatieprocedure in een arbeidsrechtelijk geschil tussen eiseres en haar voormalige werkgever, De Brauw Blackstone Westbroek N.V., over ontslag op staande voet en een loonvordering met toepassing van matiging en beperking van wettelijke verhoging.
De procedure in de feitelijke instanties omvatte vonnissen van de kantonrechter Rotterdam en meerdere arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarop het cassatieberoep is gebaseerd. Eiseres stelde meerdere klachten aan de Hoge Raad voor, die echter niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat geen nadere motivering nodig was. Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding, met nihil aan de zijde van De Brauw.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen in de lagere instanties en sluit het geschil definitief af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres is verworpen en zij is veroordeeld in de kosten van het geding.