ECLI:NL:PHR:2011:BU3348
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late betaling griffierecht in ruilverkavelingszaak
In deze zaak staat een cassatieberoep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad die een beroep op grond van de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) ongegrond verklaarde. Verzoeksters tot cassatie hadden het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn betaald, waardoor hun beroep in beginsel niet-ontvankelijk is.
De Hoge Raad overweegt dat de wetgever een strikte termijn hanteert voor de betaling van griffierechten en dat cassatieadvocaten geacht worden hiervan op de hoogte te zijn. Hoewel een hardheidsclausule bestaat die in uitzonderlijke gevallen toepassing kan vinden, is in deze zaak geen aanleiding om daarvan gebruik te maken. De verzoeksters hebben immers geen beroep gedaan op deze clausule, ondanks dat zij daartoe gelegenheid hadden.
Daarnaast is gebleken dat de rechtbank de inhoudelijke klachten van verzoeksters over de ruilverkaveling uitvoerig heeft beoordeeld en dat de aangevoerde bezwaren, waaronder de vrijwilligheid van de ruilverkaveling en de waardering van de grond, onvoldoende zijn onderbouwd. De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank haar taak als feitenrechter naar behoren heeft vervuld.
De conclusie van de procureur-generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht, en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.