ECLI:NL:HR:2013:BV1426
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing renteaftrekbeperking bij kunstmatige constructies in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap actief in de verpakkingsindustrie, keerde in 2001 een dividend uit ter financiering van een aandelenoverdracht. Deze dividenduitkering werd gefinancierd door leningen van een verbonden coördinatiecentrum, waarbij rente werd betaald. De Inspecteur stelde dat de rente niet aftrekbaar was op grond van artikel 10a, lid 2, Wet Vpb, omdat de lening hoofdzakelijk was aangegaan om de Nederlandse belastinggrondslag te verminderen.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en verhoogde het verlies, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde het verlies nader vast. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat de renteaftrekbeperking niet in strijd is met het EU-recht, met name de vrijheid van vestiging, omdat zij gericht is op het tegengaan van kunstmatige constructies zonder economische realiteit die belastingontwijking beogen.
De Hoge Raad bevestigde dat het aan belanghebbende is om aannemelijk te maken dat zakelijke overwegingen aan de lening ten grondslag liggen en dat het Hof terecht oordeelde dat dit bewijs niet was geleverd. Ook het proportionaliteitsbeginsel en de rechtvaardiging van de beperking door een dwingende reden van algemeen belang werden bevestigd. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de renteaftrekbeperking op grond van artikel 10a Wet Vpb.