ECLI:NL:HR:2013:BW0962
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting bij intracommunautaire verwerving van tandprothesen
Belanghebbende, een tandartsenpraktijk, verwierf tandprothesen van een Duitse tandtechnicus zonder btw te voldoen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, die door de Rechtbank werd vernietigd omdat de intracommunautaire verwerving van tandprothesen vrijgesteld zou zijn.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de vrijstelling niet van toepassing is omdat de levering in Nederland niet in alle gevallen vrijgesteld is, en Duitsland gebruikmaakt van een afwijkende btw-regeling voor tandprothesen.
De Hoge Raad overweegt dat de uitleg van de btw-richtlijn en de Nederlandse wetgeving complex is, mede door de afwijkende Duitse regeling. Daarom legt de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie om duidelijkheid te verkrijgen over de toepassing van de btw-vrijstelling bij intracommunautaire verwervingen van tandprothesen.
Totdat het Hof uitspraak doet, wordt de procedure geschorst. Het arrest is gewezen door de Hoge Raad op 8 maart 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en schorst de procedure.