ECLI:NL:HR:2013:BW7750
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onzakelijkheid niet-bedingen vergoeding bij beëindiging pachtovereenkomst in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een BV, kreeg over het jaar 2003 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd vanwege het niet-bedingen van een vergoeding bij beëindiging van een pachtovereenkomst. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigde dit en mat de aanslag naar beneden. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, terwijl de Staatssecretaris incidenteel cassatie instelde.
De zaak draaide om de vraag of het niet-bedingen van een vergoeding bij beëindiging van de pacht onzakelijk was en daarmee een uitdeling vormde. Het hof oordeelde dat de bevoordeling van de aandeelhouder X2 en zijn echtgenote bewust was en voortvloeide uit hun aandeelhoudersrelatie, en stelde een lagere vergoeding vast dan de Inspecteur had gedaan.
De Hoge Raad oordeelde dat het standpunt van belanghebbende dat het niet-bedingen van een vergoeding onzakelijk was, een nieuw feit opleverde dat navordering rechtvaardigde. Het hof had ten onrechte de waardeaangroei bij de verpachter en het voordeel voor de pachter gelijkgesteld. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het vonnis van de rechtbank en vernietigt het arrest van het hof inzake de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 2003.