ECLI:NL:HR:2013:BX4034
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over terbeschikkingstellingsregeling bij lening aan werkmaatschappij in samenwerkingsverband
Belanghebbende, belastingadviseur en partner in een adviesorganisatie, verstrekte een achtergestelde lening aan een werkmaatschappij van een houdstervennootschap waarin hij via persoonlijke vennootschappen aandeelhouder was. De Inspecteur stelde dat de lening fiscaal moest worden behandeld als een lening aan de houdstervennootschap en dat de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing was met toepassing van het leerstuk fraus legis.
De Rechtbank en het Hof verklaarden het beroep ongegrond en bevestigden dat de lening aan het samenwerkingsverband toerekenbaar was. De Hoge Raad oordeelde echter dat het samenwerkingsverband in juridische zin een besloten vennootschap is en dat de lening aan de werkmaatschappij niet onder de terbeschikkingstellingsregeling valt. Er is geen sprake van wetsontduiking, omdat de juridische vormgeving door de wetgever wordt aanvaard.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraken van Hof en Rechtbank, matigde de aanslag en veroordeelde de Staat en de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten. De zaak benadrukt het belang van de juridische vormgeving bij de toepassing van fiscale regels en bevestigt dat het leerstuk fraus legis niet zomaar kan worden toegepast bij dergelijke structuren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere uitspraken en oordeelt dat de terbeschikkingstellingsregeling niet van toepassing is op de lening aan de werkmaatschappij binnen het samenwerkingsverband.