ECLI:NL:HR:2013:BX7195
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over klachttermijn en zorgplicht bank bij beleggingsadvies
De zaak betreft een geschil tussen een particuliere belegger en een bank over de nakoming van de zorgplicht bij een beleggingsadviesrelatie. De belegger had aanzienlijke verliezen geleden door risicovolle beleggingen in opties en futures, waarvoor hij de bank aansprakelijk stelde wegens onzorgvuldig handelen en het niet tijdig waarschuwen voor risico's.
De rechtbank en het hof hadden de vorderingen van de belegger afgewezen op grond van het niet tijdig klagen binnen de klachttermijn van art. 6:89 BW Pro. De Hoge Raad oordeelt dat bij beleggingsadviesrelaties de klachttermijn terughoudend moet worden toegepast, omdat de bank als deskundige partij een bijzondere zorgplicht heeft en de cliënt niet zonder meer bekend is met tekortkomingen in het advies.
De Hoge Raad stelt dat de belegger niet zonder meer uit verliezen mocht afleiden dat de bank tekortgeschoten was en dat het hof ten onrechte aannam dat de belegger al in 2001 of 2002/2003 onderzoek had moeten instellen. De klachttermijn gaat lopen zodra de cliënt redelijkerwijs het gebrek had moeten ontdekken, rekening houdend met alle omstandigheden.
Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. De bank wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.