ECLI:NL:HR:2013:BX9761

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04393
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.1 huurreglementArt. 10 EVRMArt. 28 EG-VerdragArt. 49 EG-VerdragArt. 56 VWEU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering verhuurder tot verwijdering schotelantenne onvoldoende gemotiveerd

De zaak betreft een geschil tussen een huurder en verhuurder over het plaatsen van een schotelantenne aan een flatwoning in Arnhem. De huurder had zonder toestemming van de verhuurder een schotelantenne geplaatst, waarna de verhuurder vorderde dat deze verwijderd zou worden. De kantonrechter en het hof Arnhem wezen deze vordering toe.

De huurder voerde onder meer een beroep op het vrije verkeer van diensten (art. 56 VWEU Pro) en op het recht op informatie (art. 10 EVRM Pro). Het hof overwoog dat het belang van de verhuurder bij het handhaven van het huurreglement en het esthetisch beleid in de wijk zwaarder woog dan het belang van de huurder bij het handhaven van de schotelantenne. Het hof motiveerde echter onvoldoende waarom het beroep op art. 56 VWEU Pro niet tot een ander oordeel leidde.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens het ontbreken van een kenbare motivering over het essentiële beroep op art. 56 VWEU Pro. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van de huurder aan de verhuurder opgelegd.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onvoldoende motivering over art. 56 VWEU en verwijst zaak terug.

Uitspraak

1 februari 2013
Eerste kamer
11/04393
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. S. Kousedghi en mr. B.J. van Dorp,
t e g e n
STICHTING VOLKSHUISVESTING ARNHEM,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en SVA.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 655394/CV EXPL 09-12798/HB van de kantonrechter te Arnhem van 14 december 2009 en 26 april 2010;
b. het arrest in de zaak 200.069.822 van het gerechtshof te Arnhem van 7 juni 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
SVA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor SVA mede door mr. A.W. van der Veen, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiser] hebben bij brief van 19 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) SVA verhuurt aan [eiser] een flat aan de [a-straat 1] te Arnhem. Op de tussen partijen gesloten huurovereenkomst is het huurreglement van toepassing verklaard. In dat reglement is onder meer bepaald:
"Artikel 9 / Verplichtingen van de huurder ten aanzien van wijzigingen:
1. Het is huurder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder niet toegestaan het gehuurde te wijzigen. Onder wijzigen wordt in dit verband niet alleen verstaan aan-, bij- of verbouwen en wegbreken, maar ook het aanbrengen van zonweringen, luiken en dergelijke, het plaatsen van antennes en het oprichten van schuren, garages, bergkasten, dierenverblijven, schuttingen en dergelijke."
(ii) SVA hanteert voorts voorwaarden voor het plaatsen van een schotelantenne, welke voorwaarden van technische, esthetische en overlast beperkende aard zijn. SVA heeft haar beleid mede gericht naar het binnen de gemeente Arnhem geldende beleid betreffende de plaatsing van schotelantennes zoals dat voor respectievelijk na 1 januari 2003, de datum van invoering van de gewijzigde Woningwet, heeft geluid en luidt. SVA verbiedt het plaatsen van schotelantennes niet categorisch.
(iii) [Eiser] heeft aan de achtergevel van zijn flat een schotelantenne geplaatst zonder daarvoor toestemming aan SVA te vragen.
(iv) Bij brief van 9 juni 2009 heeft SVA [eiser] verzocht de geplaatste schotelantenne te verwijderen, omdat [eiser] vooraf geen toestemming aan SVA heeft gevraagd. SVA heeft erop gewezen dat wanneer [eiser] de schotel zou willen herplaatsen, hij aan een aantal voorwaarden zal moeten voldoen. Eén van die voorwaarden luidt als volgt:
"- U plaatst de schotelantenne inpandig, aan de binnenzijde van het balkon."
(v) [Eiser] heeft de schotelantenne naar aanleiding van de brief van 9 juni 2009 tijdelijk inpandig geplaatst. Korte tijd daarna heeft [eiser] de installatie binnenshuis geplaatst op een tegelvoet-standaard, waarbij de schotel en een deel van de antenne uit het raam steken.
3.2 SVA heeft gevorderd, kort gezegd, dat [eiser] de schotelantenne zal verwijderen en verwijderd zal houden, met nevenvorderingen. De kantonrechter heeft de vorderingen van SVA toegewezen. Het hof heeft dit vonnis bekrachtigd.
3.3 Het hof heeft daartoe overwogen dat [eiser] een beroep heeft gedaan op art. 10 EVRM Pro en voorts op art. 28 en Pro 49 EG-Verdrag, welke bepalingen zien op het vrije verkeer van goederen en diensten (rov. 4.6).
Het hof overweegt voorts het volgende. Het recht op informatiegaring is een fundamenteel recht, waarop echter op grond van art. 10 lid 2 EVRM Pro een uitzondering kan worden gemaakt. Bij de beoordeling van de vraag of een dergelijke inbreuk gerechtvaardigd is, dienen de belangen van partijen tegen elkaar te worden afgewogen.
Onder informatiegaring valt het recht op ontvangst van informatie op allerlei gebied. Ook culturele expressie en entertainment behoren daartoe. De enkele omstandigheid dat een schotelantenne een ontsierend effect zou kunnen hebben, kan onvoldoende zijn als rechtvaardiging voor een inbreuk, zeker wanneer het gehuurde zich bevindt in een buurt zonder enige esthetische aspiratie. (rov. 4.7)
Het behoud van een niet door schotelantenne en bijbehorende bedrading ontsierde aanblik van een appartementencomplex, ook aan de van de openbare weg zichtbare achterzijde, kan een valide belang vormen waarin SVA bescherming verdient. Er is sprake van een wijk waarvan SVA de aanblik heeft willen verbeteren, onder meer door haar schotelantennebeleid, hetgeen ook is gelukt. Het belang van SVA om die situatie en haar beleid te willen handhaven, weegt zwaar. (rov. 4.10)
Daartegenover staat het belang van [eiser] bij de vrije ontvangst van buitenlandse televisieprogramma's. Volgens [eiser] kan hij tot 4000 programma's ontvangen en [eiser] heeft gewezen op een twintigtal programma's die hij graag bekijkt en die niet via andere aanbieders te ontvangen zijn. [Eiser] heeft echter niet aangegeven wat zijn belang is, anders dan dat het zijn hobby is om veel televisie te kijken en om veel verschillende zenders en programma's te bekijken. Van enig specifiek belang, zoals het belang om informatie in zijn moedertaal te kunnen ontvangen of voeling met zijn moederland te houden, zoals in uitspraken van het EHRM genoemd, is niet gebleken. (rov. 4.11).
Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat het belang van SVA bij naleving van art. 9.1 van het huurreglement zwaarder dient te wegen dan het belang van [eiser] bij handhaving van de schotelantenne (rov. 4.12).
3.4 Onderdeel I.1 van het middel strekt ten betoge, kort samengevat, dat het hof het beroep van [eiser] op art. 56 VWEU Pro (voorheen art. 49 EG Pro-Verdrag) onvoldoende gemotiveerd heeft gepasseerd. Onderdeel I.2 betoogt dat hier van een essentiële stelling sprake is. De klachten slagen. [Eiser] heeft zich uitdrukkelijk en gemotiveerd beroepen op art. 56 VWEU Pro. SVA is de rechtsstrijd op dit punt aangegaan en het hof heeft in rov. 4.6 vastgesteld dat de vorderingen van [eiser] mede berusten op art. 56 VWEU Pro. Door vervolgens geen kenbare overweging te wijden aan deze als essentieel aan te merken stelling van [eiser] heeft het hof zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. Het bestreden arrest dient daarom te worden vernietigd. De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 7 juni 2011;
verwijst het geding naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing;
veroordeelt SVA in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 465,99 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 februari 2013.