ECLI:NL:HR:2013:BX9906
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Geen negatief loon bij vergoeding heffingsrente door werknemer aan werkgever
Belanghebbende ontving eind jaren negentig optierechten en verwierf in 2000 aandelen met korting van zijn werkgever A. De Nederlandse dochtermaatschappij B sloot een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst over de loonheffing van deze voordelen. B trad op als inhoudingsplichtige en verhaalde de naheffingsaanslag loonheffing op belanghebbende.
Belanghebbende verbond zich middels een promissory note tot vergoeding van de heffingsrente die B aan de Belastingdienst moest betalen. De vraag was of deze vergoeding als negatief loon moest worden aangemerkt. Zowel rechtbank als hof oordeelden negatief en bevestigden dat de heffingsrente geen loonbestanddeel is.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de verplichting tot betaling van loonbelasting en heffingsrente een gedwongen besteding van het loon is, geworteld in de publiekrechtelijke relatie tussen werknemer en Staat. De vergoeding van heffingsrente door de werknemer aan een groepsmaatschappij van de werkgever is geen rechtstreeks voordeel uit de dienstbetrekking en vormt geen negatief loon.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens tijdsverloop wordt afgewezen omdat dit niet in cassatie kan worden ingesteld. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de vergoeding van heffingsrente geen negatief loon is.