ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2089
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van heffingsrente als negatief loon in hoger beroep Belastingdienst
Belanghebbende, werknemer van [A Corp.], ontving optierechten en aandelenvoordelen via een aandelenkoopplan. [de B.V.], dochtervennootschap van [A Corp.], trad op als inhoudingsplichtige voor loonbelasting en verhaalde de loonbelasting en heffingsrente op de werknemers, waaronder belanghebbende.
Belanghebbende betwistte dat de door hem betaalde heffingsrente als negatief loon moest worden aangemerkt. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de heffingsrente, die door [de B.V.] aan de Belastingdienst was betaald en vervolgens op de werknemer werd verhaald, onderdeel was van het loon uit dienstbetrekking.
Het Hof stelde vast dat de heffingsrente een compensatie is voor de periode waarin de belastingschuld later werd geformaliseerd en dat de betaling van de heffingsrente door de werknemer voortkomt uit praktische afspraken en privé-overwegingen, niet uit de dienstbetrekking. Daarom vormt de heffingsrente geen negatief loon.
Het Hof volgde de rechtbank in haar oordeel en verwierp het hoger beroep, bevestigde het vonnis en wees geen proceskosten toe. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 14 juli 2011.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de verhaalde heffingsrente geen negatief loon vormt en verklaart het hoger beroep ongegrond.