ECLI:NL:HR:2013:BY2640
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontbindende voorwaarde wegens misbruik van omstandigheden bij koop aandelen Atepro
In deze zaak gaat het om een geschil tussen partijen over de nakoming van een overeenkomst betreffende de koop en verkoop van aandelen in Atepro Holding B.V. Centraal staat de ontbindende voorwaarde dat de omzet van het filiaal Tilburg in het eerste kwartaal van 2003 minimaal gelijk moest zijn aan die van dezelfde periode in 2002, gecorrigeerd voor een monteur in Eindhoven.
De verweerders beriepen zich op deze ontbindende voorwaarde om zich te onttrekken aan de overeenkomst, terwijl eiser stelde dat deze voorwaarde vernietigd moest worden wegens misbruik van omstandigheden. De rechtbank wees de vordering van eiser toe en oordeelde dat de ontbindende voorwaarde niet was vervuld. Het hof stelde echter dat de ontbindende voorwaarde was vervuld en wees het beroep van eiser op vernietiging af, mede omdat het hof vond dat eiser onvoldoende feiten had aangevoerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het beroep op misbruik van omstandigheden heeft gepasseerd zonder gemotiveerde beoordeling, terwijl dit beroep volgens artikel 3:51 lid 3 BW Pro te allen tijde kan worden gedaan. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de verweerders in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.