ECLI:NL:HR:2013:BY4112

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/04383
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:266 BWArt. 1:268 BW
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen ontheffing ouderlijk gezag

De moeder heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 juni 2012, waarin het hof de ontheffing van het ouderlijk gezag had bevestigd. De zaak betreft een geschil tussen de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank 's-Gravenhage en het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten in het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is, omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft de ontheffing van het ouderlijk gezag in stand. De beschikking is gegeven door de raadsheren Numann, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 11 januari 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de ontheffing van het ouderlijk gezag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

11 januari 2013
Eerste Kamer
12/04383
EE/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.G. Groen,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING TE 'S-GRAVENHAGE,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 399053/FA RK 11/5604 van de rechtbank 's-Gravenhage van 28 december 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.104.233/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 juni 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 11 januari 2013.