ECLI:NL:PHR:2013:BY4112
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid moeder tot verzorging en opvoeding
De moeder werd bij beschikking van de rechtbank ontheven van het ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen. Het hof te 's-Gravenhage bekrachtigde deze beschikking, waarbij het oordeelde dat de moeder onmachtig en ongeschikt is om haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen en dat op korte termijn geen verbetering te verwachten is.
De moeder stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de stukken van Kwadraat en Curium onvoldoende heeft meegewogen, waarin een positieve ontwikkeling en toekomstperspectief voor de moeder zou blijken. Tevens klaagde zij dat het hof het toekomstperspectief en de mogelijkheid van terugplaatsing niet in de afweging had betrokken.
De Hoge Raad verwierp deze klachten. Het hof had terecht de maatstaf van artikel 1:268 lid 2 BW Pro toegepast en geoordeeld dat de moeder onvoldoende inzicht heeft in de problematiek van de kinderen en niet in staat is hen de noodzakelijke structuur en stabiliteit te bieden. Het hof motiveerde dit oordeel voldoende en hield rekening met de relevante stukken.
Het cassatieberoep werd verworpen en de ontheffing van het ouderlijk gezag bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder wegens haar ongeschiktheid tot verzorging en opvoeding.