ECLI:NL:HR:2013:BY6686
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en ontruiming van huur woonruimte volgens art. 7:272 en 7:274 BW
In deze zaak stond de beëindiging en ontruiming van een huurwoning centraal, waarbij eiser c.s. in cassatie ging tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De procedure betrof de toepassing van bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, met name art. 7:272 en Pro 7:274 BW, die de huurovereenkomst en ontruiming regelen.
De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken van de kantonrechter en het gerechtshof en stelde vast dat de klachten van eiser c.s. niet tot cassatie konden leiden. Gezien art. 81 lid 1 RO Pro was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Advocaat-Generaal had eveneens geadviseerd het beroep te verwerpen en de Hoge Raad volgde dit advies. De veroordeling in de kosten van het geding werd vastgesteld, waarbij de kosten aan de zijde van Maasvallei nihil werden begroot.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Loth en Polak en in het openbaar uitgesproken door Loth op 22 februari 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser c.s. wordt verworpen en de ontruiming van de huurwoning bevestigd.