ECLI:NL:HR:2013:BY7848
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over kennelijk onredelijk ontslag
In deze zaak stond de vraag centraal of het ontslag van eiser kennelijk onredelijk was. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat het ontslag had beoordeeld en verworpen.
De Hoge Raad verwees naar eerdere arresten en concludeerde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding. Hiermee werd het oordeel van het hof bekrachtigd dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Streefkerk, Snijders en Polak, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 15 maart 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is, wordt bevestigd.