ECLI:NL:HR:2013:BY7848

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/01777
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROBurgerlijk Wetboek Boek 7
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel over kennelijk onredelijk ontslag

In deze zaak stond de vraag centraal of het ontslag van eiser kennelijk onredelijk was. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat het ontslag had beoordeeld en verworpen.

De Hoge Raad verwees naar eerdere arresten en concludeerde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding. Hiermee werd het oordeel van het hof bekrachtigd dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Streefkerk, Snijders en Polak, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 15 maart 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is, wordt bevestigd.

Uitspraak

15 maart 2013
Eerste Kamer
12/01777
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
STICHTING HOGER BEROEPSONDERWIJS HAAGLANDEN, voorheen genaamd Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek, zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.H. van Gelderen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Hogeschool.
1. Het geding
Voor het verloop van het geding in vorige instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 09/03141 van de Hoge Raad van 3 september 2010;
b. het arrest in de zaak 200.079.945/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 27 december 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Hogeschool heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Hogeschool begroot op € 2.489,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 15 maart 2013.