ECLI:NL:HR:2013:BY8046
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt winstoverheveling bij vennootschapsbelasting navorderingsaanslagen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 1996 tot en met 1999. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de eerste aanslag over 1996 en verminderde de overige aanslagen. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep gegrond, behalve voor de eerste aanslag over 1996, en verminderde de overige aanslagen verder.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de rechtsvragen niet in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoefden te worden beantwoord.
De Hoge Raad bevestigde dat de winst uit handelstransacties, verricht door de bestuurder en verantwoord bij de Zwitserse zustermaatschappij, in feite winst van belanghebbende is. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.