ECLI:NL:HR:2013:BY8594
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken belang en goede trouw in WSNP-toelatingsverzoek
In deze zaak betrof het een verzoek tot toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). De rechtbank Rotterdam wees het verzoek af wegens het ontbreken van goede trouw en de onaannemelijkheid van de toestand dat de verzoeker niet meer zou kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden. Het gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde deze afwijzing in hoger beroep.
De verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Procureur-Generaal adviseerde de Hoge Raad om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO), omdat de verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest bevestigt het belang van goede trouw en aannemelijkheid bij toelatingsverzoeken tot de WSNP en benadrukt de restrictieve toetsing door de Hoge Raad bij cassatieberoepen in dergelijke zaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende belang en goede trouw.