ECLI:NL:HR:2013:BY8996
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij bedreiging met doodsbedreiging
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij werd veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Op 23 juni 2009 bedreigde verdachte zijn dochter en haar moeder met de woorden: "Zal ik je moeder eerst doden of jou?".
De bewezenverklaring steunt op verklaringen van de bedreigde dochter en andere bewijsmiddelen, waaronder het proces-verbaal van verhoor en getuigenverklaringen. De Hoge Raad bevestigt dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte was van de bedreiging, wat een vereiste is voor veroordeling, en wijst het middel dat dit betwist af.
Wel oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, mede doordat de cassatiefase meer dan zestien maanden duurde en stukken te laat werden ingezonden. Dit leidt tot vermindering van de gevangenisstraf van acht naar zeven jaar en acht maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven jaren en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, beroep verder verworpen.