ECLI:NL:HR:2013:BY9115
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Verval van recht tot strafvervolging wegens verjaring poging tot diefstal
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 1995, waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen.
De Hoge Raad stelt ambtshalve vast dat gedurende twaalf jaren voorafgaand aan de betekening van de aanzegging in 2010 geen vervolgingshandeling heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de verjaringstermijn zoals bepaald in artikel 70, eerste lid, onder 3°, juncto artikelen 78 en 311 Sr verstreken.
Als gevolg hiervan is het recht tot strafvervolging vervallen en verklaart de Hoge Raad de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. Het arrest van het hof wordt vernietigd, behoudens voor zover het vonnis van de politierechter in 1994 is vernietigd.
De Hoge Raad besluit dat bespreking van de middelen niet nodig is en spreekt het arrest uit op 22 januari 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens verjaring van het recht tot strafvervolging.