ECLI:NL:HR:2013:BZ0159
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofbeslissing over termijn incidenteel hoger beroep in kinderalimentatiezaak
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee kinderen. Na echtscheiding is de man verplicht tot kinderalimentatie. De man verzocht de rechtbank om de alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden met terugwerkende kracht op nihil te stellen. De rechtbank ging hierin mee per 3 december 2010, maar het hof bekrachtigde dit en verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn incidenteel hoger beroep omdat hij dit te laat had ingesteld.
De Hoge Raad onderzocht of de termijn voor het instellen van incidenteel hoger beroep in verzoekschriftprocedures, zoals alimentatiezaken, anders is dan de algemene regel dat een verweerschrift tot aanvang van de mondelinge behandeling kan worden ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat de bijzondere regeling voor alimentatiezaken in art. 801 lid 1 Rv Pro niet afwijkt van deze algemene regel en dat het hof ten onrechte de man niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten van de man behoeven geen behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling.