ECLI:NL:HR:2013:BZ1063
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in burenrechtelijke vrijwaringsprocedure wegens misbruik van recht
In deze zaak stond een burenrechtelijke vrijwaringsprocedure centraal waarbij de eisers bezwaar maakten tegen de plaatsing van een erfafscheiding door de verweerders. De procedure doorliep meerdere instanties, waaronder de rechtbank Zutphen en het gerechtshof Arnhem, die de zaak in meerdere arresten behandelden. De eisers stelden dat sprake was van misbruik van recht bij de plaatsing van de erfafscheiding.
Na behandeling in de lagere instanties werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en stelt vast dat de klachten van de eisers niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet zodanig zijn dat zij rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen, zodat nadere motivering achterwege kan blijven.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de eisers in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt de beslissing van het gerechtshof bevestigd, waarmee de plaatsing van de erfafscheiding en de afwijzing van het beroep van de eisers standhouden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.