ECLI:NL:HR:2013:BZ1134

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/05892
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a lid 1 ROArt. 285 lid 1 FwArt. 287 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken gegevens in schuldsaneringsregeling

In deze zaak heeft verzoekster cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch betreffende de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). Het geschil betreft het ontbreken van gegevens zoals vereist in artikel 285 lid 1 van Pro het Faillissementswet (Fw) in het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering (RO), omdat verzoekster onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft dit standpunt gevolgd en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van vereiste gegevens in het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

22 maart 2013
Eerste Kamer
12/05892
RM/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 252143/FT-RK 12.1464 van de rechtbank ´s-Hertogenbosch van 31 oktober 2012;
b. het arrest in de zaak HV 200.116.612/01 van het gerechtshof te ´s-Hertogenbosch van 17 december 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 12 februari 2013 op dit standpunt gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 22 maart 2013.