ECLI:NL:HR:2013:BZ1475
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake afwijzing schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft verzoeker, woonachtig te een woonplaats, beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) was afgewezen. Het geding in de feitelijke instanties omvatte een vonnis van de rechtbank Amsterdam en een arrest van het gerechtshof Amsterdam.
De Procureur-Generaal heeft in zijn standpunt gepleit voor niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad heeft dit standpunt gevolgd en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad, na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door vice-president F.B. Bakels op 22 maart 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.