ECLI:NL:HR:2013:BZ1483
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in zaak over opzegging verzekeringsovereenkomst en premiebetaling
In deze zaak stond een geschil centraal over de opzegging van een verzekeringsovereenkomst en de daarmee samenhangende premiebetaling tussen Cetron B.V. en ABN AMRO Bank N.V. Cetron had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat eerder de vorderingen van Cetron had afgewezen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Cetron verworpen. De klachten die Cetron in cassatie aanvoerde, konden niet leiden tot een cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het niet nodig was om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet leidden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De procedure kenmerkte zich door het ontbreken van een verschijning van ABN AMRO in cassatie, tegen wie verstek was verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd. Cetron werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van ABN AMRO op nihil werden begroot.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Streefkerk, de Groot en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 26 april 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Cetron wordt verworpen en Cetron wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.