ECLI:NL:HR:2013:BZ1489
Hoge Raad
- Wraking
- G.J.M. Corstens
- J.C. van Oven
- J. de Hullu
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen leden van de wrakingskamer en raadsheren Hoge Raad
Verzoeker heeft wrakingsverzoeken ingediend tegen leden van de wrakingskamer en raadsheren die betrokken zijn bij cassatiezaken ingeschreven onder nummers 12/02015, 12/02016 en 12/02018. Hij stelde dat deze leden en raadsheren vooringenomen en partijdig zouden zijn, onder meer vanwege eerdere betrokkenheid bij soortgelijke procedures en vermeende schendingen van wettelijke bepalingen.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamerleden kennelijk misbruik van recht betrof, omdat het gebaseerd was op negatieve kwalificaties zonder feitelijke gronden. Daarom werd dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren werd afgewezen omdat de aangevoerde gronden een herhaling waren van eerdere, reeds verworpen verzoeken en niet wezenlijk waren om de onpartijdigheid te betwijfelen.
De Hoge Raad besloot tevens dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze zaken niet in behandeling zullen worden genomen wegens misbruik van bevoegdheid. De beslissing werd genomen door de president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2013.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard, wrakingsverzoek tegen raadsheren afgewezen, toekomstige verzoeken worden niet in behandeling genomen.