ECLI:NL:HR:2013:BZ1550
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens nietigheid dagvaarding in hoger beroep en niet-ontvankelijkheid in cassatie
De Hoge Raad behandelde op 19 februari 2013 het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 oktober 2010. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor oplichting en het opgeven van een valse naam aan het bevoegd gezag.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep in cassatie niet ontvankelijk was voor het onder 2 bewezen verklaarde feit, een overtreding waarvoor geen cassatieberoep openstaat. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de dagvaarding in hoger beroep niet rechtsgeldig was betekend, hetgeen het hof onbegrijpelijk had geoordeeld. Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Als gevolg hiervan werd het bestreden arrest vernietigd voor zover het in cassatie aan de orde was. De Hoge Raad hoefde het tweede middel niet te behandelen en besloot het beroep in cassatie voor het overtredingsfeit niet-ontvankelijk te verklaren.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk voor het overtredingsfeit en vernietigt het arrest wegens nietigheid van de dagvaarding in hoger beroep.