ECLI:NL:PHR:2020:377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid oproeping wegens onjuiste betekening in hoger beroep Caribische diefstalzaak
De zaak betreft een cassatieberoep in een strafzaak over diefstal met geweld op Curaçao. De verdachte was door het hof veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf. In hoger beroep was de verdachte niet verschenen, maar haar raadsvrouw wel. De oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep was uitgereikt aan het kantooradres van de raadsvrouw, waar de verdachte domicilie had gekozen.
De Advocaat-Generaal stelt dat het kiezen van domicilie bij de raadsvrouw geen wettelijke basis heeft en dat betekening volgens artikel 644 Sv Pro NA aan de woon- of verblijfplaats moet plaatsvinden, waaronder het adres van inschrijving in het bevolkingsregister valt. De oproeping had daarom ook aan het woonadres van de verdachte moeten worden uitgereikt. Het achterwege blijven van betekening aan het woonadres is onbegrijpelijk en leidt tot nietigheid van de oproeping.
De Hoge Raad volgt dit standpunt en vernietigt het bestreden vonnis en verklaart de oproeping nietig. Er is geen sprake van rechtsgeldige betekening omdat de oproeping niet aan het juiste adres is uitgereikt. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling, waarbij correcte betekening moet plaatsvinden.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte betekening conform de wettelijke voorschriften ter bescherming van de verdachte tegen benadeling in zijn verdediging door onbekendheid met de zittingsdatum.
Uitkomst: De oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan het domicilieadres van de raadsvrouw in plaats van het woonadres van de verdachte.