ECLI:NL:HR:2013:BZ2864
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op volledige compensatie bij vluchtvertraging zonder alternatieve vlucht
In deze zaak vorderen passagiers compensatie wegens een vertraging van hun vlucht van Miami naar Amsterdam van meer dan drie uur. De kantonrechter had de compensatie toegekend op grond van de EU Verordening 261/2004, die passagiers bij langdurige vertraging recht geeft op vergoeding.
Martinair stelde zich op het standpunt dat de compensatie gehalveerd moest worden omdat de vertraging minder dan vier uur bedroeg en er geen alternatieve vlucht was aangeboden. De kantonrechter had dit verweer niet in zijn oordeel betrokken, wat door de Hoge Raad als een formele tekortkoming werd erkend.
De Hoge Raad oordeelt echter dat dit gebrek niet tot vernietiging kan leiden omdat de wetgeving alleen halvering toestaat als een alternatieve vlucht wordt aangeboden, wat hier niet het geval was. Ook het verzoek van Martinair om prejudiciële vragen te stellen werd afgewezen omdat het Europese Hof van Justitie reeds uitspraak had gedaan over de relevante kwesties.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van Martinair en bevestigt het recht van de passagiers op volledige compensatie wegens de vertraging van meer dan drie uur.
Uitkomst: Het beroep van Martinair wordt verworpen en passagiers behouden recht op volledige compensatie wegens vluchtvertraging.