ECLI:NL:HR:2013:BZ2867
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis kantonrechter wegens onterecht passeren pleidooi in luchtvaartcompensatiezaak
In deze zaak vorderen passagiers compensatie van Transavia Airlines wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur, veroorzaakt door ziekte van de captain. De passagiers kregen zorg en bijstand, waaronder een hotelovernachting, maar vorderen daarnaast €400 per persoon op grond van de compensatieregeling in Verordening (EG) nr. 261/2004.
De kantonrechter wees het vonnis zonder Transavia in de gelegenheid te stellen de zaak te bepleiten, ondanks een tijdig verzoek hiertoe. Transavia stelde dat dit in strijd was met art. 134 lid 1 Rv Pro en art. 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek tot pleidooi slechts in uitzonderlijke gevallen mag worden geweigerd en dat de kantonrechter onvoldoende motivering gaf voor het passeren van het verzoek.
Verder werd het middel van Transavia afgewezen dat de kantonrechter had moeten wachten op prejudiciële vragen aan het HvJEU, aangezien het HvJEU inmiddels uitspraak had gedaan over de relevante kwesties. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij partijen tot pleidooi moeten worden toegelaten.
Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met toelating tot pleidooi.