ECLI:NL:HR:2013:BZ2938
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens ontbreken schriftuur houdende middelen
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte heeft echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn door een raadsman schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend, zoals vereist volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, en uitgesproken op 5 maart 2013. Hiermee is het cassatieberoep van de verdachte definitief afgewezen vanwege procedurele niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen binnen de wettelijke termijn.