ECLI:NL:HR:2013:BZ3629
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het cassatieberoep is ingediend door de raadsman van de verdachte, met een middel van cassatie als grondslag.
De Advocaat-Generaal heeft schriftelijk geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De raadsman van de verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft vervolgens overwogen dat de aangevoerde klachten onvoldoende gewicht hebben om behandeling in cassatie te rechtvaardigen. Dit vanwege het ontbreken van een voldoende belang bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis van artikel 80a RO en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 12 maart 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang.