ECLI:NL:HR:2013:BZ4485
Hoge Raad
- Cassatie
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd door mr. J.Y. Taekema.
De Hoge Raad oordeelt dat het eerste middel niet tot cassatie kan leiden, maar het tweede middel gegrond is omdat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase is overschreden. Dit komt doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvindt.
Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaar tot elf jaren en negen maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De rest van het arrest blijft in stand en er is geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf jaren en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.