ECLI:NL:HR:2013:BZ4488
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Arnhem
Op 19 maart 2013 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 januari 2012. Het beroep was ingesteld door verdachte, bijgestaan door mr. A.C. Vingerling. Een door verdachte zelf ingediend geschrift kon niet als middel van cassatie worden beschouwd omdat dit volgens artikel 437, tweede lid, Sv uitsluitend door een raadsman kan worden ingediend.
De Advocaat-Generaal Aben had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk had gereageerd. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen.