ECLI:NL:HR:2013:BZ5371
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofarrest over onrechtmatig bezit onderneming en schade curator in faillissement
In deze zaak gaat het om de vraag of eiser onrechtmatig handelde door een onderneming na faillissement van betrokkene 1 zonder recht of titel te exploiteren. De curator had de koopovereenkomst tussen betrokkene 1 en eiser op grond van faillissementswetartikelen 42 en 47 buitengerechtelijk vernietigd en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank wees de vorderingen van de curator af, maar het hof oordeelde dat eiser onrechtmatig handelde vanaf 4 september 2003 en veroordeelde hem tot betaling van schadevergoeding. Eiser stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen rekening hield met het feit dat de curator de huuropzegging had geaccepteerd, waardoor de onderneming onverkoopbaar zou zijn geworden, en dat daardoor het causaal verband met de schade ontbreekt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze stelling onvoldoende had gemotiveerd en miskend, omdat de aanvaarding van de huuropzegging door de curator een omstandigheid is die mede tot het ontstaan van de schade kan hebben geleid. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het bewijsaanbod van eiser over de waarde van de onderneming onvoldoende was meegewogen door het hof. De overige klachten van eiser werden verworpen. De curator werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofarrest en verwijst zaak terug voor nadere beoordeling van causaliteit en schade.