ECLI:NL:HR:2013:BZ5401

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/00615
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14j Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie tegen beslissing tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf. Volgens artikel 14j, eerste lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging, voor zover deze geen deel uitmaakt van een uitspraak over andere strafbare feiten, geen rechtsmiddel open.

Het Hof had de veroordeelde terecht niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, en de Hoge Raad bevestigt dat ook in cassatie geen beroep openstaat tegen deze beslissing. De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De uitspraak benadrukt de beperkte mogelijkheden tot rechtsmiddelen tegen beslissingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen.

De Hoge Raad wees het arrest op 26 maart 2013 en bestond uit de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), W.F. Groos en N. Jörg, met waarnemend griffier E. Schnetz.

Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.

Uitspraak

26 maart 2013
Strafkamer
nr. S 12/00615
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 januari 2012, nummer 22/004671-11, in de strafzaak tegen:
[Veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Het beroep in cassatie betreft de niet-ontvankelijkverklaring door het Hof van de veroordeelde in het door deze ingestelde hoger beroep tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van een straf die voorwaardelijk was opgelegd bij uitspraak van de Rechtbank 's-Gravenhage.
2.2. Ingevolge art. 14j, eerste lid tweede volzin, Sr staat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging voor zover zij geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten geen rechtsmiddel open. Dat brengt enerzijds mee dat het Hof de veroordeelde terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep en anderzijds dat voor de veroordeelde ook geen beroep in cassatie openstaat. De veroordeelde kan niet in het beroep worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 26 maart 2013.