ECLI:NL:HR:2013:BZ5671

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 mei 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
13/00650
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei

In deze zaak stond de tussentijdse beëindiging van een schuldsaneringsregeling zonder het verlenen van een schone lei centraal. De eiser had tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten in de zaak en behandelde het cassatieberoep op basis van de aangevoerde klachten.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Drion en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 3 mei 2013. Hiermee werd het beroep van eiser verworpen en bleef het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei blijft in stand.

Uitspraak

3 mei 2013
Eerste Kamer
13/00650
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [eiser].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 10/252 R van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 oktober 2012;
b. het arrest in de zaak 200.115.308/01 van het gerechtshof Den Haag van 31 januari 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 3 mei 2013.