ECLI:NL:HR:2013:BZ6518

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/03393
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 Wetboek van StrafvorderingWegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in verkeersstrafzaak

In deze strafzaak werd het beroep in cassatie ingesteld door de verdachte tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden. De Hoge Raad beoordeelde het middel van cassatie en concludeerde dat het middel niet tot cassatie kon leiden, behalve dat de duur van de opgelegde gevangenisstraf ambtshalve moest worden verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de strafduur en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad volgde dit advies, vernietigde de strafduur en stelde deze ambtshalve vast op 29 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De overige onderdelen van het vonnis werden gehandhaafd en het cassatieberoep werd verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van de redelijke termijn in strafzaken en de gevolgen van overschrijding daarvan voor de strafoplegging.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 9 april 2013.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd tot 29 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

9 april 2013
Strafkamer
nr. S 11/03393
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een van het Gerechtshof te Leeuwarden van 28 januari 2011, nummer 24/000683-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 29 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 9 april 2013.