Conclusie
eerste middelricht zich tegen de motivering van de het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde feit en wel in het bijzonder het oordeel van het Hof dat sprake is van schuld in de zin van roekeloosheid.
“ 1:
- in een woning aan [medeverdachte] een doorgeladen vuurwapen te tonen en
- [medeverdachte] met dat vuurwapen te bedreigen, waardoor [medeverdachte] dat vuurwapen van hem, verdachte, heeft getracht af te pakken en tussen hem, verdachte, en [medeverdachte] een worsteling is ontstaan en
- dat vuurwapen in die worsteling is
afgegaan
“ Bewijsoverweqinq
a. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
b. gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt overtreding van artikel 6 gestraft Pro met:
a. gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
3. Indien de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde of vierde lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, dan wel zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden, geen voorrang heeft verleend of gevaarlijk heeft ingehaald kunnen de in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen met de helft worden verhoogd.”
2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.”
2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.”
4.5 Roekeloosheid in het commune strafrecht
tweede middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring onder 2 voor zover inhoudende dat sprake is van geweld niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Voorts richt het middel zich tegen de kwalificatiebeslissing van hetgeen onder 2 ten laste van de verdachte bewezen is verklaard.
derde middelklaagt dat het Hof ten onrechte bij de strafoplegging de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten voor een woningoverval, categorie ‘ander geweld’, heeft gehanteerd, althans dat het Hof een strafmotivering heeft opgenomen die niet begrijpelijk is.
“ Strafmotivering
vierde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden. Op 18 november 2013 is beroep in cassatie ingesteld en de stukken van het geding zijn op 15 oktober 2014 door de griffie van de Hoge Raad ontvangen, zodat de redelijke inzendtermijn van acht maanden is overschreden. Dit brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.