ECLI:NL:HR:2013:BZ6520
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende belang
Op 9 april 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het beroep was ingesteld door de verdachte en werd ondersteund door zijn advocaat.
De Advocaat-Generaal had het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard kon worden op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten onvoldoende waren om behandeling in cassatie te rechtvaardigen, omdat de partij onvoldoende belang had bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang.