ECLI:NL:HR:2013:BZ7202
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie inzake onrechtmatige daad en valse verklaringen
In deze zaak stond de vraag centraal of eiser recht had op schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, veroorzaakt door valse verklaringen die bij de politie waren afgelegd. De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam op 7 februari 2012 een arrest wees dat het geschil beslechtte.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, waarin het hof zijn vorderingen had afgewezen. Verweerster was in cassatie verstek verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de Hoge Raad het beroep zonder nadere motivering verwierp op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad benadrukte dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd en bleef de afwijzing van de vorderingen van eiser in stand.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, maar stelde die kosten aan de zijde van verweerster nihil vast. Het arrest werd op 21 juni 2013 uitgesproken door raadsheer M.A. Loth namens de kamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.