ECLI:NL:HR:2013:BZ7386

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/02161
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:84 BWArt. 3:94 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid cessie van vorderingen in factoringovereenkomst

In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van de cessie van vorderingen op naam binnen een factoringovereenkomst centraal. De curator in het faillissement van Kraamzorg Nederland B.V. stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam dat de factoringovereenkomst en de daarin vervatte cessie als rechtsgeldig had beoordeeld.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank Utrecht en het arrest van het gerechtshof Amsterdam en concludeerde dat de klachten van de curator niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad overwoog dat factoringovereenkomsten tevens als akte van levering kunnen dienen, waardoor de cessie van vorderingen op naam rechtsgeldig is volgens artikel 3:94 lid 1 BW Pro.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, waarop de Hoge Raad het cassatieberoep verwierp en de curator veroordeelde in de proceskosten. Hiermee werd de bevestiging gegeven dat de factoringovereenkomst de eigendomsoverdracht van vorderingen rechtsgeldig regelt.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en de rechtsgeldigheid van de cessie van vorderingen binnen de factoringovereenkomst bevestigd.

Uitspraak

14 juni 2013
Eerste Kamer
12/02161
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Frans Thomas Pieter VAN VOORST,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Kraamzorg Nederland B.V.,
wonende te 's-Gravenhage,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
FA-MED B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en Fa-med.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 232842/HA ZA 07-1226 van de rechtbank Utrecht van 21 november 2007 en 3 februari 2010;
b. het arrest in de zaak 200.069.533 van het gerechtshof te Amsterdam van 24 januari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Fa-med heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat en mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam. Voor Fa-med is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. J.C. van Nass, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de curator heeft bij brief van 26 april 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fa-med begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 14 juni 2013.