ECLI:NL:GHAMS:2012:BV1865
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging arrest over rechtsgeldige overdracht factoringvorderingen ondanks fiduciaverbod
In deze civiele zaak stond de rechtsgeldigheid van de overdracht van vorderingen uit een factoringovereenkomst centraal. De curatoren van de gefailleerde vennootschap Kraamzorg Nederland B.V. betwistten dat de vorderingen rechtsgeldig aan Fa-med B.V. waren overgedragen, onder meer vanwege het fiduciaverbod van artikel 3:84 lid 3 BW Pro en vermeende formele tekortkomingen in de cessieakte en mededeling aan debiteuren.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst en praktijk tussen partijen wezen op een werkelijke overdracht van de vorderingen, waarbij Fa-med de vorderingen zonder relevante beperking verkreeg en incasseerde. De regeling van het debiteurenrisico en de terugbetalingsverplichting sluiten een koopovereenkomst niet uit, maar vormen een impliciete garantie van inbaarheid.
Verder werd geoordeeld dat het aktevereiste van artikel 3:94 lid 1 BW Pro soepel moet worden uitgelegd en dat de feitelijke gang van zaken, waaronder het aanleveren van vorderingsgegevens per e-mail en het instemmen daarmee door KZN, voldeed aan dit vereiste. Ook de mededeling aan debiteuren was voldoende, ondanks dat de gemiddelde debiteur mogelijk nader onderzoek moet doen.
De grieven van de curatoren werden verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Utrecht. De curatoren werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de overdracht van vorderingen aan Fa-med rechtsgeldig.