ECLI:NL:HR:2013:BZ8165
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 maart 2011. De Hoge Raad heeft het middel van cassatie onderzocht en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden, zonder nadere motivering, omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan twee jaren zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de aard en zwaarte van de opgelegde straffen - een geldboete van € 850,- en een hechtenis van twee weken - acht de Hoge Raad het niet noodzakelijk om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.
De Hoge Raad besluit daarom het beroep te verwerpen en bevestigt het arrest van het hof. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, onder aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 23 april 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot rechtsgevolgen.