ECLI:NL:HR:2013:BZ8165

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/03120
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 maart 2011. De Hoge Raad heeft het middel van cassatie onderzocht en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden, zonder nadere motivering, omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.

Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan twee jaren zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de aard en zwaarte van de opgelegde straffen - een geldboete van € 850,- en een hechtenis van twee weken - acht de Hoge Raad het niet noodzakelijk om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

De Hoge Raad besluit daarom het beroep te verwerpen en bevestigt het arrest van het hof. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, onder aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 23 april 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot rechtsgevolgen.

Uitspraak

23 april 2013
Strafkamer
nr. S 11/03120
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 maart 2011, nummer 20/000124-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte ter zake van feit 1 opgelegde geldboete van € 850,- alsmede de ter zake van feit 2 opgelegde hechtenis van twee weken, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 april 2013.