ECLI:NL:HR:2013:BZ8171
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest verduistering wegens onvoldoende motivering bewijsmiddelen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor verduistering en witwassen van aanzienlijke geldbedragen die hij uit hoofde van zijn functie als manager Financieel Economische Zaken bij een woningstichting onder zich had.
Verdachte voerde onder meer aan dat hij de gelden niet uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich had en dat hij als ambtenaar moest worden aangemerkt, hetgeen het hof verwierp. De rechtbank en het hof baseerden hun oordeel op onder meer bekennende verklaringen, diverse proces-verbalen en een forensisch rapport.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte volstond met een opgave van bewijsmiddelen zonder de inhoud daarvan voldoende te motiveren, terwijl de raadsman van verdachte vrijspraak had bepleit voor een deel van de tenlastelegging. Dit is in strijd met artikel 359, derde lid, Sv. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het oordeel van de rechtbank dat verdachte de gelden anders dan door misdrijf onder zich had niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van een juiste motivering van de bewijsmiddelen. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met een juiste motivering van de bewijsmiddelen.