ECLI:NL:HR:2013:BZ8599

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/02972
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Wet LB 1964Art. 11 lid 1 letter c Wet LB 1964
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep inzake aftrek pensioenopbouw buitenland

Belanghebbende kreeg voor de jaren 2004 en 2006 aanslagen opgelegd in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Na bezwaar verklaarde de Inspecteur het bezwaar over 2004 niet-ontvankelijk en handhaafde de aanslag over 2006. De Rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde het beroep tegen de uitspraak over 2004 gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, maar verklaarde het beroep over 2006 ongegrond. Het Hof bevestigde deze uitspraken.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad nam kennis van het beroepschrift en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Een door belanghebbende ingediend geschrift na de termijn voor repliek werd niet in behandeling genomen.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 17 mei 2013 door raadsheren Schaap, Koopman en Groeneveld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

17 mei 2013
Nr. 12/02972
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 mei 2012, nrs. BK-11/00391 en BK-11/00390, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2004 en 2006 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. De Inspecteur heeft, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken het tegen de aanslag voor het jaar 2004 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en de aanslag voor het jaar 2006 gehandhaafd.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nrs. AWB 10/3329 IB/PVV en AWB 10/3316 IB/PVV) heeft het tegen de uitspraak met betrekking tot het jaar 2004 ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en het bezwaar ongegrond verklaard. Voorts heeft de Rechtbank het tegen de uitspraak met betrekking tot het jaar 2006 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraken van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft na het verstrijken van de voor de conclusie van repliek gestelde termijn een geschrift ingediend. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op dat stuk daarom geen acht.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 26 maart 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten falen op de gronden vermeld in de onderdelen 5.9 tot en met 5.13 van de conclusie van de Advocaat-Generaal.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2013.