ECLI:NL:HR:2013:BZ9963

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/02370
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over ongerechtvaardigde verrijking bij koop assurantieportefeuille

In deze zaak stond de koop van een assurantieportefeuille centraal, waarbij sprake was van een geschil over ongerechtvaardigde verrijking. De eiseres stelde dat de verweerder onrechtmatig was verrijkt, maar het hof had haar vorderingen afgewezen. De eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in tegen de arresten van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van rechtbank en hof die aan het arrest zijn gehecht en die het geding in feitelijke instanties illustreren. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het hof bekrachtigd en blijft de afwijzing van de vorderingen in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/02370
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 48658 / HA ZA 02-664 van de rechtbank Zutphen van 12 december 2002 en 26 november 2003;
de vonnissen in de zaak 201633 van de kantonrechter te Apeldoorn van 14 januari 2004, 7 april 2004, 27 april 2005, 9 november 2005 en 5 april 2006;
de arresten in de zaak 104.002.396 van het gerechtshof te Arnhem van 12 februari 2008, 7 september 2010, 15 november 2011 en 24 januari 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 7 september 2010 en 24 januari 2012 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
12 juli 2013.