ECLI:NL:HR:2013:CA0730

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/05348
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in onrechtmatige daad bij koop bouwkavel

In deze zaak stond centraal of de verkoper van een bouwkavel zich schuldig had gemaakt aan onrechtmatige daad jegens de kopers, die hierdoor schade zouden hebben geleden. De kopers stelden dat de verkoper onrechtmatig had gehandeld, wat tot schadevergoeding moest leiden.

De procedure begon bij de rechtbank Haarlem, waarna het gerechtshof Amsterdam de zaak behandelde. Beide instanties wezen de vorderingen af. De kopers stelden vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, terwijl de erfgenamen van de verkoper voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelden.

De Hoge Raad verwees naar eerdere arresten en vonnissen en concludeerde dat de klachten van de kopers niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering was geen nadere motivering nodig. Het voorwaardelijk incidentele beroep werd niet behandeld omdat het principale beroep faalde.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de kopers tot betaling van de proceskosten. Hiermee werd de eerdere rechtspraak bevestigd dat er geen sprake was van onrechtmatige daad door de verkoper bij de koop van de bouwkavel.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de kopers wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.

Uitspraak

12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05348
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, VERWEERDERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.F. de Groot en mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
De erfgenamen van [betrokkene 1], overleden op 18 april 2010,
VERWEERDERS in cassatie, EISERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [betrokkene 1].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 159947/HA ZA 09-1059 van de rechtbank Haarlem van 23 september 2009 en 13 oktober 2010;
de arresten in de zaak 200.081.237/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 februari 2012 en 31 juli 2012.
Het arrest van het hof van 31 juli 2012 is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 31 juli 2012 heeft [eisers] beroep in cassatie ingesteld. [betrokkene 1] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eisers] mede door mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaten van [eisers] hebben bij brief van 31 mei 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [betrokkene 1] begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
12 juli 2013.