ECLI:NL:HR:2013:CA0795

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/04338
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende belang

Op 28 mei 2013 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 september 2011. Het beroep in cassatie was ingesteld door verdachte, vertegenwoordigd door mr. A.W. Syrier.

De Advocaat-Generaal heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard kan worden op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad heeft dit standpunt gevolgd omdat de aangevoerde klachten onvoldoende belang rechtvaardigen en niet tot cassatie kunnen leiden.

Daarom heeft de Hoge Raad, na beraad en gehoord de Procureur-Generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst en raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-geschiktheid tot cassatie.

Uitspraak

28 mei 2013
Strafkamer
nr. S 11/04338
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 september 2011, nummer 22/003865-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst, als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2013.