ECLI:NL:HR:2013:CA0805

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/04986 W
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 lid 4 WOTSArt. 326 SvArt. IV lid 3 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2008
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van onderzoek wegens ontbreken proces-verbaal terechtzitting in WOTS-zaak

In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem in een WOTS-zaak betreffende de overname van tenuitvoerlegging van een buitenlandse rechterlijke beslissing. De kern van het cassatieberoep was het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken.

De Hoge Raad stelde vast dat op grond van artikel 326 Sv Pro, dat via artikel 28 lid 4 WOTS Pro van toepassing is, de griffier verplicht is een proces-verbaal van de terechtzitting op te maken. Na navraag bij de Rechtbank bleek dat dit proces-verbaal niet was opgemaakt, hetgeen een ernstig verzuim is dat strijdt met een behoorlijke procesorde.

Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en van de daarop gebaseerde uitspraak. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden uitspraak en verwees de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Holland voor hernieuwde behandeling en beslissing.

De overige middelen van cassatie behoefden geen bespreking. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 28 mei 2013.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak wegens het ontbreken van het proces-verbaal en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

28 mei 2013
Strafkamer
nr. S 12/04986
WEC/CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem van 11 april 2007, nummer 15/720008-07, omtrent een verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:
[De veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Haarlem teneinde opnieuw te worden afgedaan.
2. Beoordeling van het tweede middel
2.1. Het middel strekt blijkens de daarop gegeven toelichting ten betoge dat het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, aangezien geen proces-verbaal van die terechtzitting is opgemaakt.
2.2. Volgens art. 326, eerste lid, Sv, dat hier ingevolge art. 28, vierde lid, WOTS van toepassing is, houdt de griffier het proces-verbaal der terechtzitting, waarin achtereenvolgens aantekening geschiedt van de in acht genomen vormen en van al hetgeen met betrekking tot de zaak op de terechtzitting voorvalt.
2.3. Het in het middel bedoelde proces-verbaal ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Naar aanleiding van een door de raadsman op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2008 gedaan verzoek is bij de Rechtbank nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat is verzuimd een proces-verbaal op te maken. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
2.4. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Holland teneinde opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 28 mei 2013.